| Korczak |
|
Korczak in onze BSO De pedagogische visie van Korczak komt tot uiting bij onze BSO in de manier van communiceren en omgang met elkaar. Door respect te tonen naar kinderen en hen serieus te nemen voelt iedereen zich gelijkwaardig. Ieder kind heeft bij ons dezelfde rechten en plichten. Zo is iedereen een keer aan de beurt om de tafel op te ruimen of af te wassen ( bij de jongere kinderen met wat hulp), en ieder kind mag meedoen met activiteiten. Janusz Korczak Janusz Korczak leefde van 1878 tot 1942. Hij was een Poolse kinderarts die zijn praktijk eraan gaf om leiding te gaan geven aan een kindertehuis. Samen met vrienden wist hij geld te verzamelen om dit tehuis voor wezen en verwaarloosde kinderen te starten. Naast kinderarts was hij pedagoog, filosoof en kinderboekenschrijver. In 1942 werd hij met de 200 kinderen en begeleiders uit het weeshuis weggevoerd naar Treblinka. Na een paar dagen werd hij samen met alle kinderen en begeleiders vergast. De visie van Korczak: uitgangspunten: - respect, vertrouwen en vergeven - kinderen hebben rechten die gerespecteerd moeten worden: - recht op zelfbestemming - recht op een bewuste en verantwoorde belevingvan de dag - recht om te zijn wie je bent kenmerken: - machtsvrije relaties - sociale ontwikkeling en zelfstandigheid - kindercentrum is mini-maatschappij - kinderrechtbank en geldbank Uitgangspunten Korczak had veel kritiek op de gangbare opvoedingsmethoden. Hij vond dat er met andere ogen naar kinderen gekeken moest worden. Hij zag kinderen als volwaardige mensen met dezelfde rechten die gerespecteerd dienden te worden. De verhouding met volwassenen was een gelijkwaardige. Opvoeding diende in zijn ogen ook niet op een doel in de toekomst gericht te zijn, maar op het hier en nu. Kinderen hebben het vermogen om zich op eigen kracht te verbeteren en hebben een actieve rol in hun eigen ontwikkeling. Zij hebben wel iemand nodig die hen leidt, hun vragen beantwoordt en hen beschermt tegen de gevaren die zij nog niet zien. Respect, vertrouwen en vergeven zijn kernbegrippen in Korczak’s visie. Door het kind respectvol te benaderen, leert het andere mensen te respecteren. Korczak verwoordt zijn ideeën over respect in drie hoofdmotieven. Recht op zelfbestemming Kernbegrippen rond dit recht zijn: het recht op verzelfstandiging, zelfbestemming, zelfontdekking, ontwikkelen van de eigen wil, vrijheid en autonomie en het recht om ervaringen op te doen. Volwassenen en kinderen kunnen in zijn ogen als gelijken leven. Het recht op de dag van vandaag ‘De dag van vandaag is belangrijk, want waarom zou morgen anders belangrijk zijn?’ De dag moet daarom bewust en verantwoord geleefd en beleefd worden. Gelijke beoordeling van kinderen en volwassenen in de familie en in gezelschap zijn belangrijk. Evenals het tegemoet komen aan behoeften en wensen in het hier en nu. Geef het kind rechten en plichten die bij de leeftijd horen. Het recht om te zijn wie je bent ‘Kinderen zijn nodig in de wereld en wel precies zoals ze zijn’. Laat ze dus in hun waarde en: • heb geen te hoge verwachtingen; • geef hun het recht op middelmatigheid; • beschouw aanleg en opvoedingsmilieu als belangrijke opvoedingsgegevenheden; • bied vrije ontplooiingsmogelijkheden, maar houd rekening met de sociale mogelijkheden, condities en eisen. Kinderen moeten ervaringen op kunnen doen, fouten kunnen maken en gevaren tegenkomen. Kenmerken In het weeshuis ging Korczak uit van het individuele kind en een machtsvrije communicatie. Een kind was nooit ondergeschikt aan het geheel. De nadruk in de opvoeding lag op de sociale ontwikkeling en de zelfstandigheid. Hij zag het weeshuis als een minimaatschappij en even belangrijk als de gewone maatschappij. Over het welzijn en recht van ieder kind besliste uiteindelijk een speciale kinderrechtbank. Een geldbank, eigen taken en hulp aan elkaar waren andere methoden waarmee het recht en de verantwoordelijkheid van kinderen gegarandeerd werden. De kinderen informeerden elkaar via een informatiebord en er was een ideeënbus voor al hun problemen, vragen of ideeën. Belangrijkste taak voor een opvoeder is goed te kijken en te luisteren en uit te gaan van hoe het kind is. Het kind moet de kans krijgen keuzes te maken en aan te geven wat het wel en niet wil. Kinderen krijgen hierdoor veel ruimte om te doen wat zij goed vinden en komen tot hun recht. Een opvoeder hoeft het kind hiervoor niet extra te stimuleren. Bron: Angerenstein 314 Kinderopvang Visie op opvoeden hoofdstuk 2 |