Célestin Freinet

Freinet in onze BSO


In de pedagogische visie van Freinet komt één woord sterk naar

voren dat ons erg aanspreekt: Zelfredzaamheid.

Doordat kinderen met elkaar leren communiceren en zo problemen

met elkaar kunnen oplossen, worden ze zelfstandig.

De kinderen zijn bij ons vrij om te kiezen welke activiteiten ze willen doen. 

Nadat zij samen de eettafel hebben opgeruimd, kunnen zij op ons

activiteitenbord een activiteit van de dag kiezen en zich daarvoor inschrijven.

Kiezen zij niet voor deze aangeboden activiteit, dan mogen ze op het bord

schrijven wat zij dan wel gaan doen.


Eén van die activiteiten is foto’s maken. Met onze digitale camera mogen de

kinderen foto’s maken van de omgeving, of van een uitje.

Deze mogen zij dan uitprinten en ophangen, of op de site plaatsen.

Ook hebben we sinds kort een kinderraad. De oudere kinderen mogen dan de

activiteiten van de dag verzinnen, maar ook vergaderen over de dingen die goed

gaan en dingen die beter kunnen.

Freinet is daarnaast ook terug te zien in de ruimte- indeling met thema hoeken.


Célestin Freinet


Célestin Freinet leefde van 1896 tot 1966. Hij was onderwijzer in het zuiden van Frankrijk.

De visie van Freinet:

Uitgangspunten:
- uitgaan van de interesse en ervaringen
- al doende leren
- kinderen handelen zelfstandig en experimenteren
- naast kennis is sociale belangrijk

Kenmerken:
- communicatie met andere groepen en naar buiten
- geschreven tekst
- vrije expressie
- groeiboeken
- themahoeken
- materiaal uit de gewone wereld
- gedeelde verantwoordelijkheid



Uitgangspunten


Freinet ontdekte dat kinderen niet geboeid werden door zijn theoretische lessen.

Hun interesse kwam pas tot leven door uit te gaan van hun interesse in

de omgeving, van hun eigen ervaringen en vooral door er op uit te trekken

met elkaar. Zijn methode is erop gebaseerd de ervaringen van buiten de school

naar binnen te halen.


Het hier en nu is een belangrijk uitgangspunt voor het samen leren.

Kinderen leren van en met elkaar. Zij leren door zelf te handelen,

te experimenteren, uit te zoeken en te ontdekken en daar met

anderen over te communiceren. Daarbij zijn niet alleen cognitieve

maar ook sociale aspecten en uitingen van belang.

Iemand die volgens de ideeën van Freinet werkt, zal dus bijvoorbeeld niet zelf

een activiteit bedenken. Hij luistert naarde kinderen, kijkt waar ze mee bezig zijn

en speelt daarop in. Hij laat hen zelf zoeken naar oplossingen voor problemen en

laat hen daarover vertellen aan de andere kinderen. Eventueel stelt hij

voor dat een andere kind kan helpen, of hij geeft een aanwijzing waar de oplossing

gevonden kan worden.



Kenmerken


Communicatie speelt een belangrijke rol: zowel tussen kinderen

onderling als met de leidsters en ouders. Er wordt een groepsgroeiboek

bijgehouden waarin leidsters, ouders en kinderen kunnen schrijven.

De bedoeling daarvan is dat belevenissen ook teruggehaald kunnen worden.


Het lesmateriaal bestaat vooral uit door de kinderen zelf geschreven teksten.

Ze drukken of kopiëren deze of verspreiden ze via de computer.

In deze teksten verwoorden zij meestal wat zij gedaan of meegemaakt hebben.

Hierdoor herbeleven zij dit, verwerken het beter en maken het zich meer eigen.

Door middel van vrije expressie: mime, dans, toneel, schilderen, tekenen,

muziek en boetseren uiten kinderen zich. Zij laten daarin zien hoe in

hun ogen de wereld is.

De waarde ligt echter niet alleen in de activiteit, maar ook in het resultaat.

Kinderen worden gestimuleerd om door te gaan met hun bezigheid

om een beter resultaat te bereiken.

Ze krijgen dan nieuwe technieken en vaardigheden aangereikt.

Het spelmateriaal bestaat uit normale gebruiksvoorwerpen als potten en

pannen en dingen uit de natuur.



De ruimten zijn in themahoeken ingedeeld: een timmerhoek en een

keuken bijvoorbeeld. Kinderen maken hier dingen met elkaar

en voor de hele groep.

Zij dragen op deze wijze op hun eigen niveau verantwoordelijkheid voor

het reilen en zeilen in de groep.

Ze leren wat er nodig is om met elkaar te leven.

Belangrijk is dat kinderen leren om met  verstand en plezier met de

werkelijkheid om te gaan. Het is niet goed als zij zich opsluiten

in een individueel fantasiewereldje.

Door hen te betrekken bij de inrichting van de hoeken wordt

dit gestimuleerd. Er wordt in deze hoeken gebruik gemaakt

van materialen die in het dagelijkse leven ook gebruikt worden.


Bron: Angerenstein 314 Kinderopvang Visie op opvoeden hoofdstuk 2